gezien, dat racemachines op den duur de sport in den grond werken, en van alle goede degelijke sport op ’t laatst een speciaal vermaak maken voor enkele overdreven sportmaniakken. Voorbeelden behoef ik niet te geven; wie de laatste 50 jaar op sportgebied heeft meegeleefd kan de bewijzen opnoemen En nu is vooral een schip geen racemachine! Wie van schuit kan veranderen als van een pak kleeren, heeft m. i. geen gevoel voor „het schip . Het schip, het eigen schip, is voor velen een deel van hun leven, een deel van hun vreugde en een deel van hun genot. Het schip heeft hen na drukke moeivolle dagen gebracht naar Plekjes van Rust, het schip heeft hunne oogen geopend voor de kleuren en tinten van de natuur, het schip heeft hunne liefde. Vandaar, dat het schip wordt blank gehouden, het koper wordt glad gepoetst, totdat het geheel wordt als een juichkreet van lijnen en kleuren. Deze liefde voor „het schip kan nooit ontstaan op die moderne vurenhouten racers, die weer aan kant worden gezet als er weer wat nieuws en wat snellers komt, die alleen dienen om prijzen te winnen, en waar alle comfort ontbreekt. Niet, dat ik geen respect voor de „Regenboogjes heb; toen ze daar zoo schitterend aan de start lagen,was mijn eerste uitroep: „Ik wou dat ik zoon schuitje had". Niet, dat ik niet kan medeleven in de geestestoestand van de bemanning, ik bewonder die kranige schippers die die notedopjes met harden wind over de Zuiderzee hebben gebracht, maar toch hoop ik, in t belang van „het zeilen", dat men niet verder zal gaan, en ook zal komen tot het vaststellen van minimum eischen aan comfort. Dan worden de schepen weer duurder, voegt men mij toe, en de Regenboogklasse is juist ingesteld, om eene nieuwe klasse van zeilers aan te kweeken, die onze mooie sport kunnen beoefenen, zonder dat het zooveel geld kost. Als dat waar is, begrijp ik de houding van de Directie der Zeilvereeniging „Sneek" niet, die de traditie van een eeuw overboord wierp, en „inleggeld" vorderde, en dan nog wel, ondanks alle begrippen van gastvrijheid, niet van de eigen schepen, maar uitsluitend van de gasten: de 45 M². en de • Regenboogklasse. Maar ik dwaal weer hopeloos af. De strijd tusschen „Snip" en „Schelm III" was schitterend, tot aan ’t begin der laatste route was de “Schelm voor, in de laatste route haalde de „Snip" prachtig op en kwam als goede eerste over de lijn. Een welgemeend applaus klonk op het feestterrein ter eere van den stuurman van de „Snip“, den Voorzitter der Z. V. S. Donderdag 23 Augustus zeilden de „Regenboogjes" weer, met het resultaat dat „Dotje" goede eerste werd, gevold door „Wonderkind". Als een zeer merkwaardig feit wijs ik er op, dat op Woensdag het verschil tusschen de eerste en de laatste 12 minuten en 31 seconden was bij 4 routes zeilen en op Donderdag slechts 2 minuten en 20 seconden bij 3 routes. De U-klasse was wederom voor „Brise". Woensdags was dit schip 9 minuten 45 sec. sneller en Donderdag slechts 27 seconden! De dinghies gaven weinig strijd te zien, evenals de beurtschepen. En zoo zijn dan de wedstrijden weer afgeloopen. Er rest mij alleen nog maar om allen zeilers en allen zeilliefhebbers nog eens op het hart te drukken; „komt volgend jaar naar Sneek". Een heerlijker schouwspel van dat eenige terrein, omlijst met al die schitterend gepavoiseerde vaartuigen .... maar ik heb beloofd nu dit jaar eens een droog verslag zonder dikke woorden te schrijven. Dus: slot! R. G.